ademloos had zij geluisterd –
de woorden van het sprookje
weefden in haar wezen
hun eigen fantasie
vol lichtomlijnde beelden:
de goede fee
die woonde onder bruggen
gaf aan elke zwaan
een kroon
en gouden veren mee
nu na jaren
weet zij nog het plekje
waar zij hurkte
kijkend door de kieren van de brug
wachtend op het wonder
dat zich onder haar
in alle zekerheid voltrok
nu na al die jaren
herkent zij nog het kind in zich
dat gelukkig aan het leven
nooit gestorven is
Oeke Kruythof