Dag Saskia en Irene,
Nu ga ik jullie iets vertellen over de laatste winter in die oorlog, de winter van 1944-1945, in de geschiedenis wordt deze winter de hongerwinter genoemd. En inderdaad, dat was het precies. Door oorlogsomstandigheden was er in Noord-Nederland geen voedsel meer, de winkels waren leeg…Dus ook in Utrecht was er grote schaarste en leden wij honger. En dat was echt lijden. Dat gevoel kennen wij gelukkig niet meer, ja, wij hebben soms trek in iets, maar echt pijn voelen en honger voelen, gelukkig, dat kennen wij niet meer zo. Maar ik weet nog heel goed, dat in die winter mijn maag en buik pijn deden van de honger, mijn maag knaagde van de honger, echt knagen. Af en toe was er iets te eten en maakte mijn moeder iets van suikerbieten, een soort soep…
Je kon alleen nog aan eten komen als je de boer op ging. Dat betekende: bij boeren b.v. op de Veluwe was er nog van alles, daar hadden ze nog boter, kaas en brood. Dus dan moest je op pad om een boer te vinden, die zo goed was om jou iets te verkopen. Natuurlijk, er was geen geld, dus de boeren namen in ruil voor wat eten dan lakens, tafellakens, slopen en handdoeken aan.
Zo is mijn vader ook een paar keer op pad gegaan in die koude, heel koude (ook dat nog) winter. Ik weet nog goed hoe mijn vader dan wat lakens en tafellakens uit onze linnenkast achterop zijn fiets meenam. Een fiets met massieve banden, zoals dat toen heette. Er zaten geen rubbere banden meer om de wielen, wellicht waren die ook al geruild voor eten, maar er zat iets van bedekking om het ijzer van het wiel, zodat het fietsen natuurlijk heel zwaar en moeilijk ging. Dus mijn vader fietsen en fietsen naar de Veluwe, dat is toch best zo’n 80 kilometer, denk ik. Wat een tochten moeten dat geweest zijn! En veel mensen deden dat toen! Mijn vader kwam dan thuis met een broodje, een stukje kaas en wat boter. Het waren nooit tassen
vol, maar we waren er al zo blij mee! En onze linnenkast werd steeds leger…
Ik ga jullie nog twee verhalen vertellen, die te maken hebben met deze hongerwinter, die komen de volgende dagen naar jullie toe.
O, ja, nog even dit: na de oorlog en eigenlijk altijd toen ik opgroeide na de oorlog, werd er nooit eten weggegooid bij ons thuis, wij moesten altijd ons bord leeg eten, want wij wisten hoe kostbaar eten was…dat zei mijn moeder dan altijd.
Tot de volgende keer!
Veel groeten van mevrouw Oeke
8 april 2020