Wonend in de tempel leerden zij het wachten –
stil verweven in hun lange leven
werd dit hun dagelijks patroon:
het wachten op de Mensenzoon
wachten in de schemer van aloude profetie
wonend in de tempel
wachtend
dan
plots
een vrouw
een man
twee tortelduiven
en een kind
een flits
hun hele wezen weet:
de tijd is vol
de cirkel rond
de Eeuwige
een weerloos kind
een lied begint voorbij
de jaren van het wachten
in vrede laat Gij, Heer,
Uw dienstknecht gaan
nieuwe woorden klinken
zij zingen van een wereldwijde horizon.
Oeke Kruythof