Dag Saskia en Irene,
Hier ben ik dan met mijn eerste verhaaltje voor jullie. Ik denk, dat ik zoveel te vertellen heb, dat ik het leuk vind om elke dag wat te schrijven voor jullie over de oorlog.
Ik zal eerst iets vertellen over mijzelf. Ik ben geboren in november 1938, dus dit jaar in november word ik 82. Ik vind het wel oud klinken, maar gelukkig voel ik mij niet zo. Ik woon alleen in een mooi huis op de Julianaweg in Hoograven, hier in Utrecht, in het huis waarin ik ook opgegroeid ben en dat is natuurlijk wel heel apart. De hele oorlog van 1940 tot 1945 heb ik op deze plek dus meegemaakt. Ik heb heel lieve ouders gehad, die zijn jaren geleden helaas overleden. Verder heb ik een zus, die anderhalf jaar jonger is dan ik. Zij woont in Vleuten, dus dichtbij en we zien elkaar regelmatig. Verder heb ik veel goede vrienden en vriendinnen van mijn eigen leeftijd, maar ook velen, die veel jonger zijn dan ik. In goede vriendschap maakt een leeftijd niet veel uit.
Ik begin nu aan jullie vragen, die heel goed zijn opgesteld. Over de vraag naar de communicatiemiddelen in de oorlog: inderdaad, in de oorlog kon ik nog niet schrijven, in september 1945 ging ik naar de lagere school, ik zou in dat jaar zeven worden. In ieder geval weet ik zeker, dat wij geen telefoon hadden, niemand overigens. Wij kregen pas telefoon in de jaren vijftig van de vorige eeuw en op school kregen we toen zelfs les in telefoneren! Wij hadden geen familie buiten de stad wonen in de oorlog en op vaste tijden, meestal op zondagmiddag, als het veilig was, gingen wij naar oma en opa van vaders en moeders kant. Dus schrijven hoefde ook helemaal niet. Wij hadden ook geen auto, dus wij liepen hele afstanden, alleen mijn vader had een fiets. Je wist niet beter, dus wij vonden die lange wandelingen ook helemaal niet erg, want moeder vertelde altijd verhaaltjes onderweg.
Dan kom ik nu bij jullie vraag over nare en leuke herinneringen aan de oorlog: ik heb heel lieve ouders gehad en als er gevaar dreigde, waren ze heel geruststellend om ons heen, terwijl ze zelf wellicht erg bang waren…maar dat nam niet weg, dat je de angst wel voelde, je wist: buiten de deur waren de Duitsers, de vijanden, die ons land ingenomen hadden en de koningin hadden verjaagd naar Engeland. Ze konden bombardementen uitvoeren en als die dreigden, loeiden de sirenes. Er waren razzia’s: dan konden de Duitsers papa weghalen om in Duitsland in de fabrieken te gaan werken en je wist dan niet of hij ooit zou terugkomen… Dus thuis was het door mijn lieve ouders altijd heel gezellig, maar de angst voor het buitengebeuren waar de Duitsers waren, was altijd aanwezig. Je kon dat nooit vergeten.
Tot slot van dit eerste verhaal voor jullie is hier een van mijn duidelijkste herinneringen. Eindelijk was daar de bevrijding! Op 5 mei 1945. Ik lag in mijn kamertje die morgen te slapen, toen stormde mijn moeder naar binnen, ik schrok wakker. Zij riep: “De Duitsers zijn weg, we zijn vrij!!” Ze huilde van blijdschap, ik kwam snel mijn bed uit en dacht, en dat weet ik nog zo goed, ik dacht: nu hoef ik nooit meer bang te zijn! Dus met andere woorden, als kind was ik tot 5 mei dus altijd bang geweest…Niet voor te stellen toch…maar wat waren wij blij!
Morgen ga ik verder met mijn verhaal, over hoe ik speelde in de oorlog. Tot dan en veel lieve groeten van mevrouw Oeke, noemen jullie mij maar zo, dat vind ik leuk klinken!
zondag 5 april 2020